Ranking

Ranking Top Divisie Heren

27 februari 2010

Ranking 1e Divisie Heren

27 februari 2010

Sinds de invoering van de marathonranking in het seizoen 2006/2007 is de marathonranking jaarlijks op kleine onderdelen aangepast. De ranking die in eerste instantie bedoeld is om op basis van de individuele ranking per rijder te komen tot een team ranking die weer bedoeld is tot toelating van de teams tot de Topdivisie.

Rijders gaan de ranking steeds meer lezen als een beloning van de individuele prestaties in het seizoen, dat zich vertaald naar de marathonschaatster van het jaar. In het klassement van de ranking hebben de 1 e divisie rijders niet altijd de kans om gelijktijdig met de Topdivisie hun wedstrijden te rijden. Met name op natuurijs en sommige baanwedstrijden is er geen ruimte in het programma om ook voor de 1e divisie wedstrijden te organiseren. Daarom is het eerlijker en komt het meer aan de wensen van de 1e divisie rijder tegemoet om een seperate ranking te ontwikkelen voor de 1 e divisie. Deze ranking moet uiteraard wel in verhouding staan met de geleverde prestaties in relatie tot de Topdivisie, immers 1 e divisie rijders presteren nog niet op het niveau van de Topdivisie. Dit heeft geleidt tot het volgende voorstel.

Uitgangspunten voor de Topdivisie en 1e divisie
  • De wedstrijd telt mee voor de ranking, als er minimaal 50% van de desbetreffende landelijke divisie start.
  • De wedstrijd moet reglementair uitgereden zijn.
  • Rijden de Topdivisie en 1e divisie gezamenlijk in een wedstrijd, zoals een Elfstedentocht of NK natuurijs dan worden de punten toegekend als zijnde dat het één wedstrijd is. De ranking punten voor de Topdivie zijn dan van toepassing
  • Immers in deze grote wedstrijden is het niet altijd mogelijk om aan het uitgangspunt van de 50% regeling tegemoet te komen voor de 1e divisie.
  • De onderstaande punten die behaald kunnen worden in de wedstrijden, worden voor de 1e divisie vermenigvuldigd met de factor 0.50 %. Dit betekent concreet dat een rijder uit de 1e divisie 40 punten verdient dit vermenigvuldigd wordt met de factor 0.50 % dit is dan 20 punten.
  • Rijders die hun carriere beëindigen verliezen direct hun rankingpunten.
Marathonranking 2009-2010

De marathonranking maakt duidelijk welke rijders gedurende het marathonseizoen 2009-2010 het beste presteren over álle wedstrijden. Dat houdt in: Marathon Cup, het NK op kunstijs, maar ook natuurijswedstrijden in het buitenland, eventuele natuurijsraces in eigen land én de nationale wedstrijden. Kortom, álles wat het marathonpeloton in een heel seizoen kan rijden.

Met ingang van heden is het mogelijk wekelijks op de website van de KNSB te zien welke rijders punten hebben gepakt, en wie op dat moment de ranglijst van het seizoen aanvoert. De punten van die individuele ranking hebben bovendien een functie. Ze zijn onder andere van belang bij de toelating van ploegen voor het seizoen 2009-2010, en dan met name voor de plaatsing voor de Marathon Cup.

Hoe komt de ranking tot stand? Daarvoor is een vastomlijnd schema gemaakt, waarbij het uitgangspunt is de telling zo simpel mogelijk te houden. De totstandkoming van de ranking moet voor iedereen helder en inzichtelijk zijn, zodat misverstanden worden voorkomen.

Tellingen

Voor de wedstrijden op kunstijs worden aparte tellingen gehanteerd. Bij wedstrijden voor het NK op kunstijs zijn er voor de eerste veertig rijders in de uitslag punten te verdienen: voor de nummers 1 tot en met 20 steeds met twee punten aflopend 60 tot 21 punten, voor de nummers 21 tot en met 40 steeds met één punt aflopend 20 tot 1 punt(en).

Alle andere wedstrijden op landelijk niveau zoals de Maraton Cup competitie in de Landelijke-Divisies leveren voor de eerste veertig rijders in de uitslag punten op: voor de nummers 1 tot en met 40 steeds met één punt aflopend van 40 tot 1 punt(en). In de wedstrijden voor de Marathon Cup van de Top -Divisie en 1e Divisie levert ook de strijd van het tussensprintklassement voor de eerste acht rijders in de uitslag punten op voor de ranking: voor de nummers 1 tot en met 8 steeds met één punt aflopen 8 tot 1 punt(en).

Nationale wedstrijden leveren punten op voor de eerste veertig rijders in de uitslag: voor de nummers 1 tot en met 40 steeds met één punt aflopen van 40 tot 1 punt(en).

Natuurijs

Voor natuurijs gelden andere regels, waarbij rekening wordt gehouden met de lengte en zwaarte van de wedstrijden. In de originele Elfstedentocht zijn de meeste punten te verdienen: voor de nummers 1 tot en met 60 in de uitslag steeds met twee punten aflopend van 120 tot 2 punten. In de alternatieve Elfstedentochten en het NK op natuurijs zijn er punten te verdienen door de eerste vijftig rijders in de uitslag: voor de nummers 1 tot en met 50 steeds met twee punten aflopend van 100 tot 2 punten.

Bij de klassiekers in Nederland en het ONK zijn er punten voor de eerste veertig rijders in de uitslag: voor de nummers 1 tot en met 40 steeds met twee punten aflopend van 80 tot 2 punten. Bij buitenlandse wedstrijden op natuurijs en natuurijswedstrijden binnen Nederland op open water die niet als klassieker te boek staan, zijn er voor de eerste veertig rijders in de uitslag punten te verdienen: voor de nummers 1 tot en 20 steeds met twee punten aflopend van 60 naar 21 punten, en voor de nummers 21 tot en met 40 steeds aflopend met één punt van 20 naar 1 punt(en). Bij baanwedstrijden op natuurijs in Nederland zijn er punten voor de eerste twintig rijders in de uitslag: voor de nummers 1 tot en met 20 steeds aflopend met één punt van 20 tot 1 punt(en). Voorwaarde voor het toekennen van punten voor de individuele ranking is dat de wedstrijd reglementair wordt uitgereden.